Skip to content

Gebruikershandleiding hijsbanden en rondtroppen

Gebruikershandleiding hijsbanden en rondtroppen

  • Wanneer de hijsband of rondstrop voor het eerst wordt gebruikt dient het certificaat van de producent aanwezig te zijn, alsmede de gebruiksaanwijzing.
  • Plan zorgvuldig de hijsmethode voordat u ermee begint.
  • Controleer altijd of de lengte en de werklast die op het label staan geschikt zijn voor de toepassing
  • Controleer de stroppen/hijsbanden op beschadigingen en defecten voor gebruik. Hijs nooit met beschadigde of defecte stroppen/hijsbanden.
  • Nooit overbelasten!
  • Zorg ervoor dat de lading verticaal ligt. Boven het zwaartepunt in een meersprong.
  • En houdt rekening met de maximale hijshoogte tussen de benen van de meersprong.
  • Leg geen knopen in de stroppen om deze in te korten of te verlengen.
  • Hijs nooit met gedraaide of in elkaar gevlochten stroppen/hijsbanden.
  • Houdt de lastdragende naden en verbindingen tussen de haak en de last.
  • Bescherm de stroppen/hijsbanden tegen scherpe randen. Gebruik hoekbeschermers of beschermende hoezen.
  • Voorkom schokbelastingen en vasthaken tijdens het hijsen.
  • Sleep geen lasten aan de stroppen/hijsbanden en sleep geen stroppen/hijsbanden over de grond.
  • Hou de polyester stroppen/hijsbanden weg bij alkalische stoffen (zoals bijvoorbeeld Ammoniak en Natriumhydroxide). Heeft u twijfels bij het blootstellen aan bepaalde chemicaliën? Vraag het uw leverancier.
  • Gebruik geen polyester stroppen/hijsbanden bij temperaturen boven de 100℃.
  • Controleer de stroppen/hijsbanden Na gebruik op beschadigingen en neem deze uit roulatie indien er zichtbare beschadigingen zijn.
  • Ga nooit onder een of tussen de last en materiaal in de omgeving staan teneinde inklemmen te voorkomen.
  • Als u begint met het hijsen niet in de directe omgeving van de hijsband/rondstrop komen om verwondingen aan lichaam of handen uit te sluiten.
 
Onderhoud
  • Bewaar de stroppen op een droge plek
  • Controleer of de naden en het label onbeschadigd zijn.
  • Het is mogelijk om het materiaal te reinigen met een petroleum houdend reinigingsmiddel en daarna met water af te spoelen.
  • Stroppen/hijsbanden die zodanig zijn beschadigd dat er vuil binnen kan dringen, dienen te worden afgekeurd.
  • Rondstroppen met gebroken vezels veroorzaakt door beschadigde hoezen dienen uit de roulatie te worden genomen.
  • Rondstroppen dienen regelmatig te worden gecontroleerd op knopen, onregelmatigheden die op gebroken draden duiden. Deze afkeuren indien geconstateerd.
  • Hijsbanden: buiten gebruik stellen indien de band beschadigd is door wrijvingswarmte of door slijtage (dit openbaart zich door een blank en hard oppervlak of in dit geval van slijtage door een harig oppervlak).
  • Hijsbanden dienen te worden afgekeurd wanneer beschadiging/slijtage aan de randen meer dan 5% bedraagt.
  • Hijsbanden afkeuren/repareren wanneer het oog van de band is versleten. 
  • De controles dienen te worden vastgelegd in een register.
  • De banden dienen regelmatig te worden geïnspecteerd volgens bovenstaande veiligheidsinstructies.

Gebruikershandleiding voor hijskettingen

Gebruikershandleiding hijsbanden en rondtroppen

  • Wanneer de hijsband of rondstrop voor het eerst wordt gebruikt dient het certificaat van de producent aanwezig te zijn, alsmede de gebruiksaanwijzing.
  • Plan zorgvuldig de hijsmethode voordat u ermee begint.
  • Controleer altijd of de lengte en de werklast die op het label staan geschikt zijn voor de toepassing
  • Controleer de stroppen/hijsbanden op beschadigingen en defecten voor gebruik. Hijs nooit met beschadigde of defecte stroppen/hijsbanden.
  • Nooit overbelasten!
  • Zorg ervoor dat de lading verticaal ligt. Boven het zwaartepunt in een meersprong.
  • En houdt rekening met de maximale hijshoogte tussen de benen van de meersprong.
  • Leg geen knopen in de stroppen om deze in te korten of te verlengen.
  • Hijs nooit met gedraaide of in elkaar gevlochten stroppen/hijsbanden.
  • Houdt de lastdragende naden en verbindingen tussen de haak en de last.
  • Bescherm de stroppen/hijsbanden tegen scherpe randen. Gebruik hoekbeschermers of beschermende hoezen.
  • Voorkom schokbelastingen en vasthaken tijdens het hijsen.
  • Sleep geen lasten aan de stroppen/hijsbanden en sleep geen stroppen/hijsbanden over de grond.
  • Hou de polyester stroppen/hijsbanden weg bij alkalische stoffen (zoals bijvoorbeeld Ammoniak en Natriumhydroxide). Heeft u twijfels bij het blootstellen aan bepaalde chemicaliën? Vraag het uw leverancier.
  • Gebruik geen polyester stroppen/hijsbanden bij temperaturen boven de 100℃.
  • Controleer de stroppen/hijsbanden Na gebruik op beschadigingen en neem deze uit roulatie indien er zichtbare beschadigingen zijn.
  • Ga nooit onder een of tussen de last en materiaal in de omgeving staan teneinde inklemmen te voorkomen.
  • Als u begint met het hijsen niet in de directe omgeving van de hijsband/rondstrop komen om verwondingen aan lichaam of handen uit te sluiten.
 
Onderhoud
  • Bewaar de stroppen op een droge plek
  • Controleer of de naden en het label onbeschadigd zijn.
  • Het is mogelijk om het materiaal te reinigen met een petroleum houdend reinigingsmiddel en daarna met water af te spoelen.
  • Stroppen/hijsbanden die zodanig zijn beschadigd dat er vuil binnen kan dringen, dienen te worden afgekeurd.
  • Rondstroppen met gebroken vezels veroorzaakt door beschadigde hoezen dienen uit de roulatie te worden genomen.
  • Rondstroppen dienen regelmatig te worden gecontroleerd op knopen, onregelmatigheden die op gebroken draden duiden. Deze afkeuren indien geconstateerd.
  • Hijsbanden: buiten gebruik stellen indien de band beschadigd is door wrijvingswarmte of door slijtage (dit openbaart zich door een blank en hard oppervlak of in dit geval van slijtage door een harig oppervlak).
  • Hijsbanden dienen te worden afgekeurd wanneer beschadiging/slijtage aan de randen meer dan 5% bedraagt.
  • Hijsbanden afkeuren/repareren wanneer het oog van de band is versleten. 
  • De controles dienen te worden vastgelegd in een register.
  • De banden dienen regelmatig te worden geïnspecteerd volgens bovenstaande veiligheidsinstructies.

Gebruikershandleiding handtakels

  • Overschrijdt nooit de maximale belasting. Overbelasting kan de takel beschadigen.
  • Gebruik geen elektra om de takel te bedienen, de takel is alleen voor handbediening ontworpen.
  • Repareer de ketting niet. Vervang deze door een nieuwe ketting van dezelfde maatvoering en lengte.
  • Smeer de ketting voor gebruik met een juiste kettingspray.
  • Smeer nooit de remschijven. De rem moet droog blijven.
  • Zorg dat de ketting geen knopen bevat op het kettingwiel, geleider en de verticale hanglengte.
  • Wanneer er een knoop in de ketting zit, haal de ketting dan uit de takel en leidt deze opnieuw door de geleider en het kettingwiel.
  • Zorg dat de ketting bevestigd is aan de losse eindpin voor ieder gebruik.
  • Zorg dat u in het zelfde vlak of onder dezelfde hoek als het wiel staat wanneer u de handtakel gebruikt. Hijs niet in een schuine hoek. Neem ten alle tijden een veilige positie in.
  • Hijs geen ladingen over mensen heen. Laat niemand onder de lading door lopen. Waarschuw personeel wanneer er een lading gehesen gaat worden.
  • Gebruik de takel niet om mensen op te hijsen.
  • Vermijdt niet-gecentreerde lading. Zorg dat het gewicht in evenwicht hangt.
  • Hijs regelmatig en rustig.
  • Hang de lading stevig in de haak. Hijs niet met de punt van de haak.
  • Wikkel de ketting niet om de lading, gebruik de ketting niet als strop. Hang de lading in evenwicht.
  • Hijs de lading eerst alleen net genoeg om deze los te hijsen van de ondergrond. Controleer op defecten of obstakels voordat er verder wordt gehesen.
  • Wanneer de lastketting vastloopt of wanneer de handketting niet verder getrokken kan worden, stop dan gelijk, kijk
  • wat het probleem is en verhelp dit. Forceer de takel niet.
  • Laat de lading niet zonder toezicht in de lucht hangen.
  • Laat de lading niet verder dalen dan de bruikbare kettinglengte. Door de ketting strak tegen het kettingwiel te trekken, kan er schade ontstaan.
  • Laat de lading niet tegen de takel aan komen. Hierdoor kan de wartel blokkeren en dit kan schade, gedraaide kettingen of een geblokkeerd wiel veroorzaken.
  • Voer regelmatig inspecties en onderhoud uit. Vervang alle beschadigde of niet goed werkende onderdelen.
  • Test de takelwerking goed zowel met als zonder lading voor de takel weer in gebruik te nemen.

Gebruikershandleiding elektrische takels

Veiligheid

  • Hier volgen aanbevelingen voor veilig gebruik van een elektrische kettingtakel.
  • Het niet volgen van de aanbevelingen kan de gebruiker en anderen in gevaar brengen.
  • Gebruik te allen tijden gezond verstand.
  • Veiligheid is de verantwoordelijkheid van de gebruiker van het hijsmiddel.
  • De gebruiker, lees: operator of bediener, dient competent te zijn en te trachten alle potentieel gevaarlijke situaties te anticiperen en te voorkomen.
  • Voor de veiligheid dienen aan de takel de juiste periodieke inspecties en het preventief onderhoud
  • uitgevoerd te worden zoals beschreven in dit bedrijfsvoorschrift en nationale veiligheidsvoorschriften.
  • De gebruikers dienen het onderstaande nauwkeurig lezen:
  • Bedien de takel alleen als u hiervoor getraind bent, zich fysiek fit voelt en tevens geautoriseerd bent.
  • De takel alleen gebruiken indien u op de hoogte bent van de bedieningsvoorschriften.
  • Laat geen ongekwalificeerd personeel de takel bedienen.
  • Hijs nooit zwaardere lasten dan de op takel aangegeven werklast/capaciteit.
  • Hijs nooit personen en hijs nooit over personen heen.
  • Hijs nooit met een gedraaide, verwrongen of beschadigde lastketting en verleng de lastketting nooit.
  • Gebruik de lastketting nooit als een strop.
  • Gebruik de lastketting nooit als AARDE tijdens het lassen.
  • Nooit een laselektrode aanpikken op de lastketting.
  • Laat nooit een last onbeheerd in de takel hangen.
  • Kijk altijd naar de last terwijl u hijst.
  • Nooit schuiner hijsen dan in het bedieningsvoorschrift vermeld staat.
  • Zorg ervoor dat de strop altijd goed in de haak hangt.
  • Zorg dat de last geen obstakels kan raken alvorens te hijsen.
  • Vermijd het slingeren van de last of lasthaak tijdens het hijsen.
  • Controleer dagelijks de beveiligingen en de rem op een goed functioneren.
  • Controleer dagelijks de lastketting op verdraaien, knikken en beschadigingen.
  • Controleer of de takel spanningsloos is als men de takel gaat onderhouden of repareren.
  • Gebruik de takel niet als hij niet naar behoren functioneert.
  • Gebruik de noodeind-schakelaar niet voor het stoppen van de last in een neergaande beweging.
  • Dit is alleen bedoeld als back-up inrichting en niet als werkschakelaar.
  • Gebruik de takel alleen op de manier zoals dit in de voorschriften vermeld staat.
  • Houd u aan de dagelijkse, maandelijkse en jaarlijkse inspecties zoals deze zijn voor geschreven in dit bedrijfsvoorschrift.
  • Maak de takel of de onderdelen niet na, maar gebruik uitsluitend originele onderdelen.
  • Gebruik de takel niet in de buurt van water en/of regen zonder toerijkende bescherming zoals bijvoorbeeld een regenkap.      Het bedienen van de takel.
  • De operator dient zich tijdens het bedienen van de takel niet af te laten leiden.
  • Voor het bedienen van de takel dient men te controleren of de hijsweg vrij is.
  • Handdrukknopschakelaar, rem en eindschakelaar dienen gecontroleerd worden voordat operationele taken kunnen worden uitgevoerd. Indien één van deze zaken niet in orde zijn moeten deze eerst gerepareerd worden.
  • Overschrijd niet de aangegeven werklast.                                                                                                                             

Het oppakken/bevestigen van een last.

  • De lastketting mag niet om de last heen geslagen worden.
  • De last dient bevestigd te worden aan de haak d.m.v. stroppen, klemmen en andere goedgekeurde hijshulpmiddelen die op een juiste wijze in de lasthaak rusten.                                                                         

 

  • Gebruik de takel niet voor het hijsen van personen, voorkom het transporteren van een last over personen.
  • De lastketting mag niet gedraaid of getwist zijn.
  • De operator dient er voor te zorgen voor een beheerste (start)beweging van de last en dientonnodig starten en stoppen te voorkomen.
  • De last dient niet meer dan enkele centimeters gehesen te worden totdat de last stabiel is in de strop of ander hijshulpmiddel.   

Het veilig gebruik van de lasthaak

  • Een van de belangrijkste gevaren is het vallen van de last veroorzaakt door onjuist bevestigen van stroppen.
  • Iedere bediener van de takel dient voor gebruik van de takel er zeker van zijn dat de stroppen en andere hijshulpmiddelen op de juiste manier in de haak zijn aangebracht.
  • Voor uw veiligheid en vooral ook de veiligheid van anderen, negeer het volgende niet.                                                     Juist gebruik van de lasthaak/ deugdelijk hijsen met stroppen
  • De veiligheidsklep dient na het bevestigen van de strop in weer de originele stand te staan.
  • De stropdient goed in het “zadel” van de haak te zitten.                                                                                                              Onjuist gebruik van de lasthaak/ foutief hijsen met stroppen
  • De onderstaande afbeeldingen zijn voorbeelden van onjuist gebruik. Noot: de strop mag op geen enkele manier de veiligheidsklep raken.
  • De veiligheidshaak dient om te voorkomen dat stroppen van de haak los komen en niet voor belasting.
  • Een beschadigde of niet goed werkende veiligheidsklep dient onmiddellijk vervangen te worden.

Preventief onderhoud.

  • De perioden tussen de inspecties zijn afhankelijk van het gebruik. Het is verplicht minimaal één keer per jaar een inspectie beurt te laten verrichten door erkend service bedrijf.
  • De bovengenoemde inspectie periode zijn gebaseerd op een gemiddeld gebruik (20-25% van de werkdag hijsen en ± 100-150 schakelingen per uur) onder normale omstandigheden.
  • Indien de takel zwaarder belast wordt en onder extreme omstandigheden gebruikt wordt moeten de takels frequenter geïnspecteerd worden.
  • Gebruik de takel niet voordat alle gebreken zijn verholpen.

gebruikertshandleidingen valbeveiliging

Veiligheid

  • Hier volgen aanbevelingen voor veilig gebruik van een elektrische kettingtakel.
  • Het niet volgen van de aanbevelingen kan de gebruiker en anderen in gevaar brengen.
  • Gebruik te allen tijden gezond verstand.
  • Veiligheid is de verantwoordelijkheid van de gebruiker van het hijsmiddel.
  • De gebruiker, lees: operator of bediener, dient competent te zijn en te trachten alle potentieel gevaarlijke situaties te anticiperen en te voorkomen.
  • Voor de veiligheid dienen aan de takel de juiste periodieke inspecties en het preventief onderhoud
  • uitgevoerd te worden zoals beschreven in dit bedrijfsvoorschrift en nationale veiligheidsvoorschriften.
  • De gebruikers dienen het onderstaande nauwkeurig lezen:
  • Bedien de takel alleen als u hiervoor getraind bent, zich fysiek fit voelt en tevens geautoriseerd bent.
  • De takel alleen gebruiken indien u op de hoogte bent van de bedieningsvoorschriften.
  • Laat geen ongekwalificeerd personeel de takel bedienen.
  • Hijs nooit zwaardere lasten dan de op takel aangegeven werklast/capaciteit.
  • Hijs nooit personen en hijs nooit over personen heen.
  • Hijs nooit met een gedraaide, verwrongen of beschadigde lastketting en verleng de lastketting nooit.
  • Gebruik de lastketting nooit als een strop.
  • Gebruik de lastketting nooit als AARDE tijdens het lassen.
  • Nooit een laselektrode aanpikken op de lastketting.
  • Laat nooit een last onbeheerd in de takel hangen.
  • Kijk altijd naar de last terwijl u hijst.
  • Nooit schuiner hijsen dan in het bedieningsvoorschrift vermeld staat.
  • Zorg ervoor dat de strop altijd goed in de haak hangt.
  • Zorg dat de last geen obstakels kan raken alvorens te hijsen.
  • Vermijd het slingeren van de last of lasthaak tijdens het hijsen.
  • Controleer dagelijks de beveiligingen en de rem op een goed functioneren.
  • Controleer dagelijks de lastketting op verdraaien, knikken en beschadigingen.
  • Controleer of de takel spanningsloos is als men de takel gaat onderhouden of repareren.
  • Gebruik de takel niet als hij niet naar behoren functioneert.
  • Gebruik de noodeind-schakelaar niet voor het stoppen van de last in een neergaande beweging.
  • Dit is alleen bedoeld als back-up inrichting en niet als werkschakelaar.
  • Gebruik de takel alleen op de manier zoals dit in de voorschriften vermeld staat.
  • Houd u aan de dagelijkse, maandelijkse en jaarlijkse inspecties zoals deze zijn voor geschreven in dit bedrijfsvoorschrift.
  • Maak de takel of de onderdelen niet na, maar gebruik uitsluitend originele onderdelen.
  • Gebruik de takel niet in de buurt van water en/of regen zonder toerijkende bescherming zoals bijvoorbeeld een regenkap.      Het bedienen van de takel.
  • De operator dient zich tijdens het bedienen van de takel niet af te laten leiden.
  • Voor het bedienen van de takel dient men te controleren of de hijsweg vrij is.
  • Handdrukknopschakelaar, rem en eindschakelaar dienen gecontroleerd worden voordat operationele taken kunnen worden uitgevoerd. Indien één van deze zaken niet in orde zijn moeten deze eerst gerepareerd worden.
  • Overschrijd niet de aangegeven werklast.                                                                                                                             

Het oppakken/bevestigen van een last.

  • De lastketting mag niet om de last heen geslagen worden.
  • De last dient bevestigd te worden aan de haak d.m.v. stroppen, klemmen en andere goedgekeurde hijshulpmiddelen die op een juiste wijze in de lasthaak rusten.                                                                         

 

  • Gebruik de takel niet voor het hijsen van personen, voorkom het transporteren van een last over personen.
  • De lastketting mag niet gedraaid of getwist zijn.
  • De operator dient er voor te zorgen voor een beheerste (start)beweging van de last en dientonnodig starten en stoppen te voorkomen.
  • De last dient niet meer dan enkele centimeters gehesen te worden totdat de last stabiel is in de strop of ander hijshulpmiddel.   

Het veilig gebruik van de lasthaak

  • Een van de belangrijkste gevaren is het vallen van de last veroorzaakt door onjuist bevestigen van stroppen.
  • Iedere bediener van de takel dient voor gebruik van de takel er zeker van zijn dat de stroppen en andere hijshulpmiddelen op de juiste manier in de haak zijn aangebracht.
  • Voor uw veiligheid en vooral ook de veiligheid van anderen, negeer het volgende niet.                                                     Juist gebruik van de lasthaak/ deugdelijk hijsen met stroppen
  • De veiligheidsklep dient na het bevestigen van de strop in weer de originele stand te staan.
  • De stropdient goed in het “zadel” van de haak te zitten.                                                                                                              Onjuist gebruik van de lasthaak/ foutief hijsen met stroppen
  • De onderstaande afbeeldingen zijn voorbeelden van onjuist gebruik. Noot: de strop mag op geen enkele manier de veiligheidsklep raken.
  • De veiligheidshaak dient om te voorkomen dat stroppen van de haak los komen en niet voor belasting.
  • Een beschadigde of niet goed werkende veiligheidsklep dient onmiddellijk vervangen te worden.

Preventief onderhoud.

  • De perioden tussen de inspecties zijn afhankelijk van het gebruik. Het is verplicht minimaal één keer per jaar een inspectie beurt te laten verrichten door erkend service bedrijf.
  • De bovengenoemde inspectie periode zijn gebaseerd op een gemiddeld gebruik (20-25% van de werkdag hijsen en ± 100-150 schakelingen per uur) onder normale omstandigheden.
  • Indien de takel zwaarder belast wordt en onder extreme omstandigheden gebruikt wordt moeten de takels frequenter geïnspecteerd worden.
  • Gebruik de takel niet voordat alle gebreken zijn verholpen.